oppie2

Delftse Watersport Vereniging

logodwsv-med

Omgangsregels van de Delftse watersportvereniging (DWSV)

   logodwsvklein      D W S V 

Delftse Watersportvereniging

 

 

 

Omgangsregels van de Delftse watersportvereniging (DWSV)

De Delftse Watersportvereniging gaat ervan uit dat ieder lid en vrijwilliger die geen lid is, met vertrouwen en respect met elkaar omgaan.

 

Hieronder worden de omgangsregels van DWSV genoemd:

  1. Leden/instructeurs(m/v)/vrijwilligers/begeleiders (hierna te noemen leden) moeten zorgen voor een omgeving en sfeer waarbinnen alle leden zich veilig voelen.
  2. Instructeurs jonger dan 16 jaar mogen niet zelfstandig lesgeven maar moeten altijd begeleid worden door een volwassene.
  3. Leden dienen zich te onthouden van elke vorm van (machts-)misbruik of seksuele intimidatie tegenover andere leden.
  4. Seksuele handelingen en relaties tussen leden en het jeugdige lid tot 16 jaar zijn onder geen beding geoorloofd en zal worden beschouwd als seksueel misbruik.
  5. De leden onthouden zich van seksueel getinte (verbale) intimiteiten.
  6. Leden dienen zich te onthouden van pestgedrag. Er wordt gesproken van pestgedrag indien een persoon regelmatig en systematisch wordt bedreigd of geïntimideerd.
  7. Elk lid heeft de plicht andere leden of passant te beschermen tegen schade en (machts-)misbruik als gevolg van (seksuele) intimidatie.
  8. Instructeurs (m/v) ouder dan 15 jaar, dienen in het bezit te zijn van een geldige VOG.

 

Wat is seksuele intimidatie?

Seksuele intimidatie is elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering/toespeling, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren.

 

Indien het ondanks goede afspraken helaas toch verkeerd is gegaan is het belangrijk dat deze problemen zo snel mogelijk worden besproken en indien mogelijk worden opgelost.

Blijf niet doorlopen met een gevoel van onveiligheid of intimidatie.

 

De verantwoordelijkheid van de instructeur/begeleider van jeugdigen: 
Naast een sportieve taak heeft een instructeur/begeleider ook een (weliswaar gedeelde) opvoedkundige taak. Hij/zij is medeverantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de (jonge) watersporter en voor diens ontwikkeling naar zelfstandigheid.

Daarbij moet de begeleider zelf de persoonlijke grenzen van de sporter respecteren en de grenzen van professioneel gedrag niet overschrijden. Ook moet een begeleider de sporter ondersteunen in het zelf stellen van grenzen naar anderen toe.

'Mag ik ze dan geen aai meer over hun bol geven?' 
De omgang tussen mensen en het lichamelijke contact bij het sporten laten zich niet tot in detail regelen. Dat is ook niet de bedoeling van de gedragsregels. Lichamelijk contact kan functioneel zijn en een 'aai over de bol' kan motiverend en prettig zijn. Aanrakingen en bijvoorbeeld het geven van complimentjes moeten in de sport geen taboe worden. De gedragsregels zijn richtlijnen voor de begeleider, waarmee (seksuele) intimidatie kan worden voorkomen. Ze geven de grenzen aan van het handelen. Ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders en sporters in concrete situaties. Ze nodigen uit tot nadenken en discussiëren over het eigen handelen en dat van anderen in de sportomgeving.

Pesten is onacceptabel en vraagt om een duidelijke en krachtige reactie van de begeleider. Wanneer begeleiders pestgedrag signaleren, wordt er van hen verwacht dat zij hierop adequaat reageren.

Eventueel is er de mogelijkheid om rechtstreeks contact op te nemen met een meldpunt bij het NOC* NSF.

Telefoon: 0900-2025590 (maandag t/m vrijdag 08.00 – 22.00 uur en zaterdag van 12.00 tot 16.00 uur.

of mail naar reactie@simonderzoeksport.nl

 

Het Bestuur

Maart 2016

 

PREVENTIE- EN INTEGRITEITSBELEID

GEDRAGSCODE DWSV

DWSV vindt een veilige fysieke en sociale omgeving voor haar jeugdleden en vrijwilligers belangrijk. Een van de hulpmiddelen daarbij is het gebruik van een gedragscode. Hierin staat wat wel en niet gewenst is in de omgang tussen vrijwilligers en jeugdleden. Veel grenzen in het contact tussen vrijwilligers en jeugdleden binnen DWSV zijn niet eenduidig. Het ene kind wil even op schoot zitten als het troost zoekt, het andere kind heeft behoefte aan een aai over de bol en weer een ander kind vindt het niet prettig om aangeraakt te worden. Hierover kunnen dus nooit precies grenzen worden afgesproken die voor alle kinderen en in alle situaties gelden. Dat is maar goed ook, want voor veel kinderen is nabijheid en lichamelijk contact een voorwaarde om te groeien. Maar er is wel één heel duidelijke grens en dat is de grens dat seksuele handelingen en contacten tussen vrijwilligers en jeugdleden die bij ons komen absoluut ontoelaatbaar zijn! Daarom hebben wij als vereniging voor al onze vrijwilligers een gedragscode opgesteld.

  1. De vrijwilliger zorgt voor een omgeving en een sfeer waarbinnen het jeugdlid zich veilig en gerespecteerd voelt.
  2. De vrijwilliger gaat zo om met een jeugdlid dat zijn/haar waardigheid niet wordt aangetast.
  3. De vrijwilliger dringt niet verder door in het privéleven van het jeugdlid dan functioneel noodzakelijk is.
  4. De vrijwilliger onthoudt zich van elke vorm van seksuele benadering en misbruik ten opzichte van het jeugdlid. Alle seksuele handelingen, -contacten en -relaties tussen vrijwilliger en jeugdlid tot 18 jaar zijn

onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

  1. De vrijwilliger raakt het jeugdlid niet op zodanige wijze aan, dat deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch ervaren zal worden.
  2. De vrijwilliger gaat tijdens kampen en activiteiten met respect om met jeugdleden en de ruimtes waarin zij zich bevinden, zoals slaapzalen, tenten, omkleedruimten, douches etc.
  3. De vrijwilliger beschermt het jeugdlid naar vermogen tegen vormen van ongelijkwaardige behandeling en seksueel misbruik en ziet er actief op toe dat de gedragscode door iedereen die bij het jeugdlid is betrokken, wordt nageleefd.
  4. Als de vrijwilliger gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragscode en bij vermoedens van seksueel misbruik, is hij verplicht hiervan melding te maken bij de daarvoor door het bestuur aangewezen personen.
  5. De vrijwilliger krijgt of geeft geen (im)materiële vergoedingen die niet in de rede zijn.
  6. In die gevallen waar de gedragscode niet (direct) voorziet, of bij twijfel over de toelaatbaarheid van bepaald gedrag, zal de vrijwilliger in de geest van de gedragscode handelen en zo nodig daarover in contact treden met een door het bestuur aangewezen persoon.